Citaat | Hoge Raad 7 maart 2003
Alinea 56 Hoge Raad 7 maart 2003
Een alinea uit Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1562.
3.4 Onderdeel 1 is gericht tegen rov. 4.8. Het onderdeel betoogt dat het door [eiser] c.s. bij grief 6 gedane bewijsaanbod niet anders kan worden begrepen dan dat zij te bewijzen hebben aangeboden dat de Bank op 8 september 1992 had aangegeven dat zij 62.600 aandelen in pand onder zich had en met name dat Crédit Suisse na het verzenden van de kooporder met betrekking tot de 62.600 aandelen taal noch teken van de Bank had vernomen. De vaststelling van het Hof dat als onvoldoende bestreden vaststaat dat de Bank op 8 september 1992 aan Crédit Suisse heeft meegedeeld, toen deze een kooporder voor 62.600 aandelen en bloc plaatste, dat die order niet kon worden uitgevoerd en dat daarop Crédit Suisse zou hebben meegedeeld nader met haar cliënt te willen overleggen, is dan ook onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd, aldus het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64887efc5513f455b9bcd1a69f68d677b76802f78da9d8162a0059bc523829bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64887efc5513f455b9bcd1a69f68d677b76802f78da9d8162a0059bc523829bf, en de alinea staat in dat document op bytes 14744 tot 15610.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/64887efc5513f455b9bcd1a69f68d677b76802f78da9d8162a0059bc523829bf | shasum -a 256