Citaat | Hoge Raad 7 maart 2003

Alinea 58 Hoge Raad 7 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1562.

3.5 Uit rov. 4.8 van het Hof blijkt dat het Hof zijn oordeel dat de Bank jegens [eiser] c.s. niet onrechtmatig heeft gehandeld, mede heeft doen steunen op het feit dat de Bank aan Crédit Suisse heeft meegedeeld de kooporder niet te kunnen uitvoeren, waarop Crédit Suisse heeft meegedeeld nader met cliënten te willen overleggen, en dat Crédit Suisse daarna geen contact met de Bank heeft opgenomen. [Eiser] c.s. hebben in hun memorie van grieven (naar aanleiding van grief 6) echter een wezenlijk andere lezing van de feiten met betrekking tot de gang van zaken op 8 september 1992 gegeven en daarbij een gespecificeerd bewijsaanbod gedaan (zie hiervoor in 3.3). 's Hofs oordeel dat de evenvermelde feitelijke gang van zaken onvoldoende bestreden is, is dan ook onbegrijpelijk. Het oordeel in rov. 4.9 dat de door [eiser] c.s. gestelde feiten, indien bewezen, niet tot een andere beslissing kunnen leiden dan dat de Bank niet onrechtmatig jegens [eiser] c.s. heeft gehandeld, is zonder nadere motivering, die ontbreekt, evenmin begrijpelijk. Immers is niet in te zien waarom, indien de door het Hof veronderstelde en aan zijn oordeel ten grondslag gelegde gang van zaken zich niet blijkt te hebben voorgedaan, het Hof niet tot een ander oordeel over het door [eiser] c.s. gestelde onrechtmatig handelen van de Bank had kunnen komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/64887efc5513f455b9bcd1a69f68d677b76802f78da9d8162a0059bc523829bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 64887efc5513f455b9bcd1a69f68d677b76802f78da9d8162a0059bc523829bf, en de alinea staat in dat document op bytes 16251 tot 17600.