Citaat | Hoge Raad 17 januari 2003

Alinea 23 Hoge Raad 17 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1568.

2.2 Ten aanzien van [verweerster 1], die woonachtig is te [woonplaats B] in België, is de cassatiedagvaarding uitgebracht op de voet van art. 63 lid 1 Rv. aan het kantoor van haar procureur in de vorige instantie te 's-Hertogenbosch. [Eiseres] heeft geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat betekening van de cassatiedagvaarding heeft plaatsgehad met inachtneming van de Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, PbEG L 160/37 (hierna de EG-betekeningsverordening).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/589bc10db3777ee73fc49b0092d7e04589291e5ef12794c26646938e2edc5b8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 589bc10db3777ee73fc49b0092d7e04589291e5ef12794c26646938e2edc5b8b, en de alinea staat in dat document op bytes 7424 tot 8062.