Citaat | Hoge Raad 17 januari 2003
Alinea 28 Hoge Raad 17 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 17 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1568.
2.6 Het voorgaande leidt tot de slotsom dat onder de gelding van de EG-betekeningsverordening de in het hiervóór in 2.3 vermelde arrest van de Hoge Raad met betrekking tot de toepassing van het Haags Betekeningsverdrag aanvaarde rechtsopvatting en gang van zaken niet als juist kunnen worden aanvaard. Tegen de niet verschenen verweerder zal geen verstek kunnen worden verleend, tenzij blijkt dat de betekening op de voet van art. 63 lid 1 Rv. is vergezeld gegaan van of binnen een korte, op veertien dagen te stellen, termijn is gevolgd door verzending aan een ontvangende instantie. Dit brengt mee dat thans geen verstek tegen [verweerster 1] kan worden verleend. Derhalve komt vraag b) aan de orde: leent het verzuim (stukken over te leggen waaruit blijkt) van verzending op de voet van de EG-betekeningsverordening aan een ontvangende instantie zich voor herstel in dier voege dat [eiseres] in de gelegenheid wordt gesteld alsnog aan de betekeningsvoorschriften van de verordening te voldoen?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/589bc10db3777ee73fc49b0092d7e04589291e5ef12794c26646938e2edc5b8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 589bc10db3777ee73fc49b0092d7e04589291e5ef12794c26646938e2edc5b8b, en de alinea staat in dat document op bytes 14017 tot 15028.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/589bc10db3777ee73fc49b0092d7e04589291e5ef12794c26646938e2edc5b8b | shasum -a 256