Citaat | Hoge Raad 28 januari 2003

Alinea 22 Hoge Raad 28 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 28 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1584.

4.2. Ingevolge art. 138b Sv wordt onder een verkort vonnis verstaan een vonnis waarin noch de bewijsmiddelen bedoeld in art. 359, eerste lid, noch de redengevende feiten en omstandigheden, bedoeld in art. 359, derde lid, Sv zijn opgenomen. Uit de wetsgeschiedenis welke ten grondslag heeft gelegen aan de art. 138b en 365a Sv kan worden afgeleid dat de wetgever er de voorkeur aan geeft dat ten tijde van de uitspraak een volledig uitgewerkt vonnis of arrest voorhanden is, maar dat de rechter niettemin de bevoegdheid heeft voorshands te volstaan met een verkort vonnis of arrest waarin onder meer behoren te zijn opgenomen de kwalificatie van het bewezenverklaarde en de wettelijke voorschriften waarop de strafoplegging berust.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d1f67c7ab6e26955b51d91ab348fb02698e9b402fa80d3c60d525ec089d00f77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d1f67c7ab6e26955b51d91ab348fb02698e9b402fa80d3c60d525ec089d00f77, en de alinea staat in dat document op bytes 8289 tot 9032.