Citaat | Hoge Raad 21 februari 2003

Alinea 59 Hoge Raad 21 februari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 21 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1797.

3.4.2 Onderdeel 1.1 betoogt dat de in rov. 3.8 vermelde omstandigheden - het grote belang voor VIBA en haar aandeelhouders bij deugdelijke informatie, het wekken van de schijn van een volstrekt onaanvaardbare belangenverstrengeling aan de zijde van het lid van de raad van commissarissen [betrokkene 6] bij de verwerving van de beide hiervoor bedoelde pakketten en het grote belang van het wegnemen van deze schijn - niet tot het oordeel kunnen leiden dat de door de onderzoeker geconstateerde gebrekkige informatievoorziening van een zodanige ernst is dat sprake is van strijd is met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. Het onderdeel verbindt hieraan de klacht dat de Ondernemingskamer hetzij bij haar oordeel "wanbeleid" een verkeerde maatstaf heeft aangelegd hetzij onvoldoende inzicht heeft gegeven in haar tot dit oordeel leidende gedachtengang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4e18a39b61b33bb574660e2886a415512a7bbf7a85a809594cfb1eaf1e190e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4e18a39b61b33bb574660e2886a415512a7bbf7a85a809594cfb1eaf1e190e8, en de alinea staat in dat document op bytes 18773 tot 19657.