Citaat | Hoge Raad 9 mei 2003

Alinea 18 Hoge Raad 9 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1906.

3.1. Het Hof heeft geoordeeld dat voor de toepassing van artikel 14, lid 4, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (tekst 1998; hierna: de Wet) onder meer als voorwaarde geldt dat sprake is van de overdracht van een zelfstandig onderdeel van een onderneming, waaronder in dit verband dient te worden verstaan een onderneming in materiële zin. Van een dergelijke overdracht is naar het oordeel van het Hof in het onderhavige geval geen sprake, nu begin juni 1998 was besloten om de ondernemingsactiviteiten van belanghebbende in Nederland te beëindigen en aan dit besluit voordat AA B.V. werd opgericht een verregaande mate van uitvoering was gegeven. Hieraan doet volgens het Hof niet af dat de beëindiging van die activiteiten op 1 november 1998, vanaf welk moment de op dat tijdstip nog bestaande cataloguswinkels voor rekening van AA B.V. werden gedreven, dan wel op 27 november 1998, het moment waarop AA B.V. werd opgericht, nog niet volledig was voltooid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/89a42b3c09737bbb4bac19ff97e154084b6dc17a065a6ad003c639e3b31df00c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 89a42b3c09737bbb4bac19ff97e154084b6dc17a065a6ad003c639e3b31df00c, en de alinea staat in dat document op bytes 6212 tot 7195.