Citaat | Hoge Raad 6 mei 2003
Alinea 40 Hoge Raad 6 mei 2003
Een alinea uit Hoge Raad 6 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1924.
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte en [medeverdachte] de aankoop van putopties op 25 november 1995 hebben besproken. Daarna hebben zij beiden op zeer korte termijn een optieovereenkomst bij hetzelfde filiaal van de ING Bank gesloten en gelijktijdig de aankooporders geplaatst en daarbij aangegeven dat snelheid geboden was. Uit de verklaringen van [medeverdachte] leidt het hof af dat hij zonder zijn schoonzoon niet tot de aankoop zou zijn overgegaan, terwijl uit de verklaringen van [medeverdachte] blijkt dat hij degene is geweest die in ieder geval beschikte over de tot dan toe niet publiekelijk bekende informatie inzake de verliezen van Nedlloyd Oostenrijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c117d5e650180f009f82cf2e2eae9ee27345b20bd5c00daee0b98f61339ca12a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c117d5e650180f009f82cf2e2eae9ee27345b20bd5c00daee0b98f61339ca12a, en de alinea staat in dat document op bytes 14013 tot 14702.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c117d5e650180f009f82cf2e2eae9ee27345b20bd5c00daee0b98f61339ca12a | shasum -a 256