Citaat | Hoge Raad 11 februari 2003

Alinea 26 Hoge Raad 11 februari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 11 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1938.

Verdachte heeft zijn toenmalige vriendin [het slachtoffer] met wie hij enige tijde een relatie onderhield, voorgespiegeld dat zij samen in India zouden gaan trouwen, alwaar verdachte zich ook zou oriënteren omtrent de mogelijkheden een bedrijf te beginnen. Hij heeft [het slachtoffer], het latere slachtoffer, overgehaald geld op te nemen van een rekening waartoe zij toegang had. Op weg naar Schiphol hebben zij een hotelkamer in Amsterdam geboekt in een hotel. 's-Nachts heeft verdachte vervolgens bijna al het geld dat [het slachtoffer] bij zich had - waarvan de hoogte niet meer precies valt vast te stellen maar welke enkele tienduizenden guldens betrof - uit haar tasje weggenomen, alsmede een aantal van haar persoonlijke bescheiden en is er vandoor gegaan. Hij was van plan op het oorspronkelijk geboekte en door [het slachtoffer] betaalde ticket naar India af te reizen, toen hij in Engeland op het vliegveld werd aangehouden. Bij hem werden op verschillende plaatsen van zijn kleding en bagage een grote hoeveelheid geld in verschillende valuta en coupures aangetroffen alsmede het paspoort en ticket van [het slachtoffer]. Vervolgens is verdachte uitgeleverd aan Nederland. Toen het slachtoffer zich realiseerde dat bijna al haar geld alsmede haar paspoort en ticket verdwenen waren, raakte zij in paniek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e764afe748a8e1d13034753f6396d9ee9ed563f47aa1a9987d4491bde14ff406. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e764afe748a8e1d13034753f6396d9ee9ed563f47aa1a9987d4491bde14ff406, en de alinea staat in dat document op bytes 7940 tot 9271.