Citaat | Hoge Raad 4 maart 2003

Alinea 32 Hoge Raad 4 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 4 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1965.

3.5. De veroordeling die het Hof op de voet van art. 36e, eerste lid, Sr in aanmerking heeft genomen betreft onder meer het deelnemen door de verdachte aan een organisatie als bedoeld in art. 140 Sr die tot oogmerk had het plegen van Opiumwetmisdrijven, te weten het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen, verkopen, afleveren, vervoeren en aanwezig hebben van grote hoeveelheden hashish. Daaruit kan niet anders volgen dan dat de verdachte de grenzen van het gedoogbeleid heeft overschreden, zodat hetgeen hiervoor onder 3.4.2 is overwogen van toepassing is. Het Hof heeft dat miskend door bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel beslissend te achten of de verdachte voor wat betreft de verkoop in de "Black Widow" - geïsoleerd beschouwd - binnen de grenzen van het gedoogbeleid is gebleven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/192aa4146fdf561dafb648fc5dac2222bdbd3ee049c1e4e5452e8fb94213455f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 192aa4146fdf561dafb648fc5dac2222bdbd3ee049c1e4e5452e8fb94213455f, en de alinea staat in dat document op bytes 11184 tot 12027.