Citaat | Hoge Raad 21 januari 2003
Alinea 31 Hoge Raad 21 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF1978.
3.5. Bij de beoordeling van die klacht moet het volgende worden vooropgesteld. Uit de omstandigheid dat rekening moet worden gehouden met de waarschijnlijkheid dat de verdachte in hoger beroep van zijn aanwezigheidsrecht gebruik wil maken, volgt dat de appèlrechter - ook al is de dagvaarding in hoger beroep rechtsgeldig betekend - in bepaalde gevallen niet op de enkele grond dat de verdachte niet op de terechtzitting is verschenen kan aannemen dat deze van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht vrijwillig afstand heeft gedaan. Daartoe behoort het geval dat door of namens de verdachte bij het instellen van het hoger beroep in de appèlakte een ander adres (waaronder mede is begrepen een postadres of een postbus) is opgegeven dan dat waarop hij is ingeschreven in de GBA. Om te kunnen aannemen dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht is in een zodanig geval vereist dat een afschrift van de appèldagvaarding is gezonden aan het in de appèlakte vermelde adres. Dat geldt evenwel niet indien - bijvoorbeeld op grond van de gegevens die aan het licht zijn gekomen bij de betekening van de àppeldagvaarding, zoals een nieuw GBA-adres - als vaststaand kan worden aangenomen dat het eerder opgegeven adres achterhaald is (vgl. HR 12 maart 2002, NJ 2002, 317, rov. 3.38).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8aa250a952d57dc189b2e963bb235e2ba4a3d17faec4e3e989982735794151f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8aa250a952d57dc189b2e963bb235e2ba4a3d17faec4e3e989982735794151f, en de alinea staat in dat document op bytes 9093 tot 10438.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8aa250a952d57dc189b2e963bb235e2ba4a3d17faec4e3e989982735794151f | shasum -a 256