Citaat | Hoge Raad 21 maart 2003

Alinea 40 Hoge Raad 21 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2158.

Het oordeel van de Rechtbank is onbegrijpelijk in het licht van hetgeen in hoger beroep naar voren is gebracht. [Verweerder] c.s. hebben bij memorie van antwoord gesteld dat Bruynzeel op 8 februari 2000 - de eerstdienende dag - is verschenen en een aantal malen uitstel heeft gevraagd en verkregen, om op de eis te antwoorden. Uit de memorie van grieven volgt voorts dat Bruynzeel bij brief van 29 februari 2000 onder verwijzing naar door haar bijgevoegde stukken een reactie heeft gegeven op de door [verweerder] c.s. ingestelde vordering. Bij brief van 24 maart 2000 heeft het Kantongerecht de bijgevoegde stukken teruggezonden. Bruynzeel klaagt in hoger beroep dat de Kantonrechter, gelet op de brief van 29 februari 2000 met bijlagen, niet heeft mogen aannemen dat Bruynzeel niet op de vordering van [verweerder] c.s. heeft geantwoord. Uit een en ander volgt onmiskenbaar dat Bruynzeel in eerste aanleg wel is verschenen, maar geen conclusie van antwoord heeft genomen, aldus het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5e86f0f56a291bb80bab5759bd48ee8e6f1cb35e67c80fe2e6f943dc3c68937. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5e86f0f56a291bb80bab5759bd48ee8e6f1cb35e67c80fe2e6f943dc3c68937, en de alinea staat in dat document op bytes 10240 tot 11244.