Citaat | Hoge Raad 21 maart 2003
Alinea 41 Hoge Raad 21 maart 2003
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2158.
3.4.1 Het middel wordt terecht aangevoerd. Het in deze zaak van toepassing zijnde art. 106 (oud) Rv. bepaalt dat, indien de gedaagde niet uiterlijk op de terechtzitting, vermeld in het exploit, antwoordt of om uitstel verzoekt, en de voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, de kantonrechter de eis bij verstek toewijst, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Het gaat derhalve om de vraag of Bruynzeel uiterlijk op de dag van de terechtzitting, die is vermeld in de dagvaarding, heeft geantwoord of om uitstel heeft verzocht. Daarbij komt geen beslissende betekenis toe aan de bewoordingen van het vonnis van de Kantonrechter, in het bijzonder niet aan de omstandigheid dat de Kantonrechter, naar moet worden aangenomen in de zin van art. 106, heeft geoordeeld dat de vordering hem "niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f5e86f0f56a291bb80bab5759bd48ee8e6f1cb35e67c80fe2e6f943dc3c68937. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f5e86f0f56a291bb80bab5759bd48ee8e6f1cb35e67c80fe2e6f943dc3c68937, en de alinea staat in dat document op bytes 11282 tot 12143.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f5e86f0f56a291bb80bab5759bd48ee8e6f1cb35e67c80fe2e6f943dc3c68937 | shasum -a 256