Citaat | Hoge Raad 7 maart 2003
Alinea 32 Hoge Raad 7 maart 2003
Een alinea uit Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2159.
"Ingevolge het bepaalde in art. 5:95 BW is zowel de eigenaar als de erfpachter bevoegd tot het instellen van een dergelijke rechtsvordering, mits ervoor zorg wordt gedragen dat de ander tijdig in het geding wordt geroepen. Naar het Hof begrijpt is de oproeping van Stedelijk Belang N.V. door een misverstand achterwege gebleven. Aangezien de procedure in hoger beroep er mede toe strekt omissies in eerste aanleg te herstellen zal het hof geïntimeerden in de gelegenheid stellen Stedelijk Belang N.V. op de voet van art. 12a Rv. op te roepen. Uiteraard zullen partijen nadien in de gelegenheid gesteld worden bij akte te reageren op hetgeen alsdan door Stedelijk Belang N.V. naar voren gebracht wordt. In dit kader wijst het hof er overigens op dat niet voldoening aan de eis van tijdige oproeping leidt tot niet-ontvankelijkheid, zie Parlementaire Geschiedenis Invoeringswet Boek 5, blz. 1052".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58c0c70420c660592c326e4c432c7c8a2f9c9928c3f4c3c2d3db14c82601c5de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58c0c70420c660592c326e4c432c7c8a2f9c9928c3f4c3c2d3db14c82601c5de, en de alinea staat in dat document op bytes 8274 tot 9184.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58c0c70420c660592c326e4c432c7c8a2f9c9928c3f4c3c2d3db14c82601c5de | shasum -a 256