Citaat | Hoge Raad 7 maart 2003

Alinea 33 Hoge Raad 7 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2159.

3.3 Het middel bestrijdt dit oordeel met het betoog dat geen sprake is van een misverstand of omissie bij de Gemeente en Woningbeheer en dat het Hof had moeten oordelen dat de hiervoor in 3.1 vermelde grief van [eiseres] tegen het vonnis van de Rechtbank gegrond was. Het Hof had de Gemeente en Woningbeheer volgens het middel niet-ontvankelijk moeten verklaren, omdat een oproeping van de erfpachter tijdens het geding in hoger beroep, zoals door het Hof bevolen, niet tijdig kan zijn. Om te voorkomen dat de andere procespartij te zeer in haar procesbelang wordt geschaad, zou een dergelijke oproeping uiterlijk bij conclusie van repliek in eerste aanleg gedaan moeten worden; anders zou de procedure tussen die andere partij en de opgeroepen erfpachter worden beperkt tot één instantie. Bovendien is volgens het middel geen sprake van een ambtshalve bevoegdheid van de rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58c0c70420c660592c326e4c432c7c8a2f9c9928c3f4c3c2d3db14c82601c5de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58c0c70420c660592c326e4c432c7c8a2f9c9928c3f4c3c2d3db14c82601c5de, en de alinea staat in dat document op bytes 9222 tot 10117.