Citaat | Hoge Raad 7 maart 2003

Alinea 34 Hoge Raad 7 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2159.

3.4 Tijdig is een oproeping in de zin van art. 5:95 BW volgens de geschiedenis van de totstandkoming van de overeenkomstige bepaling voor vruchtgebruik (art. 3:218) indien zij "niet zo laat [gebeurt] dat de opgeroepene niet meer de volle gelegenheid zou hebben zijn standpunt uiteen te zetten of dat de gedaagde of verweerder in zijn verdediging zou worden geschaad" (Parl.Gesch. Boek 3, blz. 672). Deze maatstaf brengt mee dat pas na kennisneming van het standpunt van de opgeroepene kan worden beoordeeld of de oproeping tijdig is geweest. Als de opgeroepene niet verschijnt, zich refereert aan het oordeel van de rechter of zich zonder eigen argumentatie aansluit bij het standpunt van één van beide partijen, is immers de gelegenheid van de opgeroepene om zijn standpunt uiteen te zetten niet beperkt, noch de gedaagde of verweerder door de oproeping in zijn verdediging geschaad, ook als oproeping in een laat stadium is geschied. Zelfs een oproeping na de conclusiewisseling in hoger beroep, zoals in dit geval door het Hof toegestaan, kan in dat geval nog tijdig zijn. Als de opgeroepene een eigen standpunt inneemt, zal een oproeping in hoger beroep daarentegen in het algemeen niet tijdig zijn, omdat dan de opgeroepene en/of de oorspronkelijk gedaagde of verweerder van één instantie worden beroofd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58c0c70420c660592c326e4c432c7c8a2f9c9928c3f4c3c2d3db14c82601c5de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58c0c70420c660592c326e4c432c7c8a2f9c9928c3f4c3c2d3db14c82601c5de, en de alinea staat in dat document op bytes 10137 tot 11464.