Citaat | Hoge Raad 7 maart 2003

Alinea 36 Hoge Raad 7 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2159.

3.6 Ook voor het overige faalt het middel. Geen rechtsregel verzet zich ertegen dat de rechter, als hij in een geding als bedoeld in art. 5:95 constateert dat de erfpachter niet is opgeroepen, ambtshalve de desbetreffende partij in de gelegenheid stelt daartoe alsnog over te gaan. Die mogelijkheid is bij de totstandkoming van deze bepaling uitdrukkelijk voorzien (Parl. Gesch. Inv. Boek 5, blz. 1052/1053). Of de oproeping tot dat tijdstip bewust dan wel bij vergissing achterwege is gebleven, doet daarbij niet terzake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58c0c70420c660592c326e4c432c7c8a2f9c9928c3f4c3c2d3db14c82601c5de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58c0c70420c660592c326e4c432c7c8a2f9c9928c3f4c3c2d3db14c82601c5de, en de alinea staat in dat document op bytes 11974 tot 12509.