Citaat | Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 115 Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2161.
3.13 Onderdeel 10.1 van het middel klaagt dat het voormelde oordeel van de Ondernemingskamer geen steun vindt in het verslag van de onderzoekers. Deze klacht faalt. De onderzoekers hebben immers in hun verslag (p. 57-58) vermeld dat zij "het weinig kies achten" dat RNA financiële steun verleent aan SBBR die een groep aandeelhouders in RNA vertegenwoordigt en dat zij van mening zijn dat het gelijkheidsbeginsel meebrengt dat RNA hier ten gunste van een bepaalde groep aandeelhouders niet intervenieert. In dit een en ander kon de Ondernemingskamer voldoende grond vinden zich, mede aan de hand van hetgeen partijen zoals blijkt uit de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.57-3.60 voor de Ondernemingskamer hebben aangevoerd, een eigen oordeel te vormen over dit onderwerp. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat de Ondernemingskamer haar oordeel mede mocht baseren op hetgeen voorts in de procedure was gesteld en gebleken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6719dc36ecc75e76450fef86ee8c51fc83673bcd130fbeacb46b4f477d77c927. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6719dc36ecc75e76450fef86ee8c51fc83673bcd130fbeacb46b4f477d77c927, en de alinea staat in dat document op bytes 35400 tot 36351.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6719dc36ecc75e76450fef86ee8c51fc83673bcd130fbeacb46b4f477d77c927 | shasum -a 256