Citaat | Hoge Raad 21 maart 2003

Alinea 48 Hoge Raad 21 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2292.

3.7 Het slagen van de onderdelen 5 en 6 brengt mee dat de overige klachten van het middel geen behandeling behoeven. Hetzelfde geldt voor middel II omdat de vraag wanneer de verplichting tot de teruggave van de beide in beslag genomen partijen is ontstaan, niet van belang is bij de beoordeling of aan [eiseres] door de onderhavige inbeslagneming en de daarop gevolgde vernietiging een onevenredige schade is toegebracht als bovenbedoeld. Indien de rechter naar wie de zaak zal worden verwezen, tot het oordeel zou komen dat dit inderdaad het geval is en de Staat dus onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres], is de door het middel aan de orde gestelde vraag evenmin van belang voor het vaststellen van het moment waarop [eiseres] daardoor schade heeft geleden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/68f3b18377a1a68c3ea8ee45aed10cc63f1e78cc77d3cadb26706b2b5b969ea3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 68f3b18377a1a68c3ea8ee45aed10cc63f1e78cc77d3cadb26706b2b5b969ea3, en de alinea staat in dat document op bytes 15102 tot 15881.