Citaat | Hoge Raad 21 maart 2003

Alinea 49 Hoge Raad 21 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2293.

3.4.2 Het onderdeel, dat zich keert tegen een uitdrukkelijk en zonder voorbehoud - en derhalve bij wege van eindbeslissing - door het Hof gegeven oordeel omtrent de te dezen toe te passen maatstaf, is gegrond. Zoals onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis is uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.6 tot en met 4.8, strekt art. 3:4 lid 2 ertoe "het willekeurverbod, het materiële zorgvuldigheidsbeginsel en het evenredigheidbeginsel in hoofdzaak te codificeren". Met die bepaling beoogde de wetgever niet de rechterlijke toetsing van overheidshandelen als hier aan de orde te intensi-veren ten opzichte van de rechtspraak zoals die zich had ontwikkeld met betrekking tot onder meer art. 8 lid 1 onder c Wet Arob: "Zoals reeds eerder opgemerkt dekt artikel 3.2.3, tweede lid, [inmiddels art. 3:4 lid 2] de gevallen waarin de rechter thans oordeelt dat er sprake is van een kennelijk onredelijke belangenafweging. Indien aan een of meer belangen zodanig te weinig gewicht is toegekend dat van een kennelijk onredelijke belangenafweging in de zin van artikel 8, eerste lid onder c, van de Wet Arob moet worden gesproken, is er ook sprake van onevenredig nadelige gevolgen voor een of meer belanghebbenden in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Omgekeerd kan ook in een geval dat van genoemde onevenredigheid sprake is, geconcludeerd worden dat het bestuursorgaan in redelijkheid niet tot dat besluit kon komen. Uit deze vergelijking moet de conclusie getrokken worden dat naar de bedoeling van het kabinet de taak van de rechter met het van kracht worden van artikel 3.2.3, tweede lid, niet verandert.", aldus de memorie van antwoord aan de Tweede Kamer (PG Awb I, blz. 213). Aanvaard moet dan ook worden dat nadelige gevolgen van handelen van de Staat als hier aan de orde eerst dan als niet evenredig in de zin van art. 3:4 lid 2 kunnen worden aangemerkt indien de Staat in redelijkheid niet heeft kunnen menen dat evenredigheid tussen die nadelige gevolgen en het met dat handelen nagestreefde doel bestaat. Blijkens zijn door het onderdeel bestreden oordeel heeft het Hof dit miskend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf60ebb5453130947430b509604a96ddadf21d28297bdee87d308544c2db5a58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf60ebb5453130947430b509604a96ddadf21d28297bdee87d308544c2db5a58, en de alinea staat in dat document op bytes 13785 tot 15924.