Citaat | Hoge Raad 21 maart 2003

Alinea 54 Hoge Raad 21 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2293.

3.6.4 In de feitelijke instanties heeft de Staat met betrekking tot de in het onderdeel bedoelde alternatieve civiele pijpleiding slechts het volgende naar voren gebracht: "Het gemak waarmee appellanten concurrentie voortvloeiend uit alternatieve pijpleidingen (bijvoorbeeld de civiele pijpleiding tussen Amsterdam en Schiphol) terzijde stellen (akte van 1 juli 1999, bladzijde 4, derde tekstblok) strookt verder niet met de wijze waarop dominante posities moeten worden vastgesteld." (ant-woordakte van 28 oktober 1999, blz. 8, alinea 25). In genoemde akte reageerden de verenigingen onder meer op informatie die de Staat, in de persoon van de minister van Defensie, bij brief van 7 juli 1998 had verstrekt naar aanleiding van een door de verenigingen na de pleidooien in hoger beroep ingediend verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Die door de verenigingen toen in het geding gebrachte brief houdt onder meer het volgende in: "Momenteel vindt vervoer plaats met behulp van onderhavige pijpleiding en met behulp van lichters. In de nabije toekomst zal een civiele pijpleiding worden aangelegd die het transport van het westelijk havengebied van Amsterdam naar Schiphol kan verzorgen." De reactie daarop van de verenigingen luidde: "Wat betreft het civiele vervoer door het militair pijpleidingennet naar Schiphol, stelt de Staat dat in de nabije toekomst een civiele pijpleiding het vervoer van het westelijk havengebied van Amsterdam naar Schiphol zal verzorgen. Dit mist rele-vantie ten aanzien van de concurrentie die door het gebruik van de pijpleiding voor civiel vervoer wordt aangedaan aan de binnentankvaart ter zake van het vervoer naar Amsterdam." De Staat heeft derhalve in de feitelijke instanties niet gesteld dat sprake was van vervoer via een bestaande alternatieve civiele pijpleiding. Beoordeling van die stelling zou een onderzoek van feitelijke aard vergen waarvoor in cassatie geen plaats is, zodat die stelling hier buiten beschouwing moet blijven. Voorzover het onderdeel erop berust dat de Staat zich in de feitelijke instanties op het bestaan van een alternatieve civiele pijpleiding heeft beroepen kan het derhalve niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf60ebb5453130947430b509604a96ddadf21d28297bdee87d308544c2db5a58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf60ebb5453130947430b509604a96ddadf21d28297bdee87d308544c2db5a58, en de alinea staat in dat document op bytes 17869 tot 20064.