Citaat | Hoge Raad 21 maart 2003

Alinea 42 Hoge Raad 21 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2295.

De Kantonrechter heeft in wezen geoordeeld dat de in art. 7A:1631a lid 1 voorgeschreven belangenafweging meebrengt dat van Co-op niet kan worden gevergd dat zij het gehuurde vóór 1 maart 2000 ontruimt doch dat dit per die datum wèl van haar kan worden gevergd. Hoewel hij dit om niet geheel duidelijke reden heeft ingekleed in de vorm van een afwijzing van de vordering van [verweerster] met verlenging van de huurovereenkomst, heeft hij er geen twijfel over laten bestaan dat hij daarmee in wezen [verweerster] in het gelijk stelde. Co-op is dan ook terecht door de Rechtbank ontvankelijk geacht in haar beroep. Naar de Rechtbank in rov. 4.1 heeft vastgesteld, heeft Co-op met haar grieven beoogd de gehele zaak opnieuw en in volle omvang aan de Rechtbank voor te leggen. Deze vaststelling is - anders dan onderdeel 1.3 betoogt - in het licht van de memorie van grieven niet onbegrijpelijk noch onvoldoende gemotiveerd. De Rechtbank is in deze enigszins ongebruikelijke situatie terecht ervan uitgegaan dat zij krachtens de devolutieve werking van het appel alle stellingen van [verweerster] diende te behandelen, voorzover zij door deze niet waren prijsgegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78ec9eddbc0a993bf78cdb76699a33a9a833050a16d26638ccfd51dd27411b47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78ec9eddbc0a993bf78cdb76699a33a9a833050a16d26638ccfd51dd27411b47, en de alinea staat in dat document op bytes 13763 tot 14942.