Citaat | Hoge Raad 21 maart 2003

Alinea 47 Hoge Raad 21 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2295.

3.5.2 De Rechtbank heeft kennelijk toepassing willen geven aan het bepaalde in art. 7A:1631 lid 3, dat de rechter, indien het verweer van de huurder hem kennelijk ongegrond voorkomt, kan bepalen dat de overeenkomst in afwijking van het bepaalde in het eerste lid van art. 7A:1627a - dat in de eerste volzin van lid 3 van art. 7A:1631 van overeenkomstige toepassing is verklaard op de in dat artikel bedoelde opzegging - niet verder van kracht blijft, en zijn toewijzend vonnis uitvoerbaar bij voorraad kan verklaren. In het licht van de verdere overwegingen van de Rechtbank is haar oordeel dat deze bepaling voor toepassing in aanmerking kwam, niet onbegrijpelijk. De Rechtbank was kennelijk van oordeel dat na haar vonnis van 1 december 1998 en de inmiddels door de gemeente geschapen duidelijkheid het nog resterende verweer van Co-op als kennelijk ongegrond moest worden aangemerkt. Deze oordelen vereisten ook geen nadere motivering. Onderdeel 3.2 faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78ec9eddbc0a993bf78cdb76699a33a9a833050a16d26638ccfd51dd27411b47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78ec9eddbc0a993bf78cdb76699a33a9a833050a16d26638ccfd51dd27411b47, en de alinea staat in dat document op bytes 16448 tot 17429.