Citaat | Hoge Raad 4 februari 2003

Alinea 27 Hoge Raad 4 februari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2321.

3.3. Voorop gesteld moet worden dat indien op grond van het daartoe ingestelde onderzoek als vaststaand kan worden aangenomen dat de verdachte niet is ingeschreven in een gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) en niet in Nederland is gedetineerd, en van hem ook niet een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland, maar wel een adres in het buitenland bekend is, de betekening van de dagvaarding geschiedt door toezending van de dagvaarding door het openbaar ministerie hetzij rechtstreeks aan het laatstbekende adres van de verdachte in het buitenland, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie (art. 588, tweede lid, Sv). Door die toezending is de dagvaarding rechtsgeldig betekend. Als datum waarop die betekening plaatsvindt, geldt de datum van de verzending van de dagvaarding, waarvan aantekening dient te geschieden in de akte van uitreiking (vgl. HR 12 maart 2002, NJ 2002, 317, rov. 3.19).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d41d4f58199d429e3eaf59d9b7c8f3ca4036eccef54947bb148045aad39a074c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d41d4f58199d429e3eaf59d9b7c8f3ca4036eccef54947bb148045aad39a074c, en de alinea staat in dat document op bytes 8189 tot 9157.