Citaat | Hoge Raad 18 maart 2003

Alinea 34 Hoge Raad 18 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2342.

Derhalve is een stelling (het hof heeft gekozen voor stelling 2; deze is het gunstigst van beide stellingen voor de verweerder) gehanteerd om te komen tot de bepaling van het door [betrokkene] wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze stelling houdt in dat binnen de organisatie [betrokkene] persoonlijk het meeste verdiende aan de drugstransporten. Het uiteindelijke wederrechtelijke voordeel voor [betrokkene] persoonlijk was tenminste gelijk aan het totaalbedrag dat ter zake van de drugstransporten werd geïnvesteerd en hetgeen aan derden voor hun diensten is betaald. Deze stelling kan als een minimale uitgangspositie worden aangemerkt."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7a1014733c19871618be88008914ebe5bf0bb489fdd7ea357ee30782c750224. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7a1014733c19871618be88008914ebe5bf0bb489fdd7ea357ee30782c750224, en de alinea staat in dat document op bytes 11628 tot 12284.