Citaat | Hoge Raad 18 maart 2003

Alinea 41 Hoge Raad 18 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 18 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2342.

4.4.1. De onder 4.3.2 bedoelde stelling 2 uit het gebezigde rapport van het Bureau Financiële Ondersteuning (BFO), die het Hof heeft overgenomen, komt hierop neer dat, bij gebreke van concrete gegevens omtrent de hoeveelheid geld die de betrokkene per drugstransport ontving, voor de schatting van het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel het bedrag van dat voordeel moet worden gesteld op het totaalbedrag dat ter zake van de desbetreffende drugstransporten door de betrokkene werd geïnvesteerd en aan derden voor hun diensten betaald. In de keuze voor die stelling ligt als het - niet onbegrijpelijke - oordeel van het Hof besloten dat voorshands moet worden uitgegaan van de aannemelijkheid dat het wederrechtelijk verkregen voordeel tenminste op het bedrag van die investeringen en kosten kan worden bepaald. Tegen de achtergrond van het karakter van een procedure als de onderhavige - waaronder hetgeen de wetgever ten aanzien van de 'bewijslastverdeling' voor ogen heeft gestaan - en in het licht van de stukken van het geding, waaronder het rapport van het BFO waarin de bedoelde stelling is beargumenteerd, lag het op de weg van de verdediging concreet en gemotiveerd aan te voeren waarom vorenbedoeld uitgangspunt onjuist is (vgl. HR 25 juni 2002, NJ 2003,97; LJN AD8950).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7a1014733c19871618be88008914ebe5bf0bb489fdd7ea357ee30782c750224. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7a1014733c19871618be88008914ebe5bf0bb489fdd7ea357ee30782c750224, en de alinea staat in dat document op bytes 13445 tot 14759.