Citaat | Hoge Raad 28 maart 2003

Alinea 36 Hoge Raad 28 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2679.

3.2 In het onderhavige geding heeft [verweerder] gevorderd zoals onder 1 weergegeven. Hij legde aan zijn vordering ten grondslag dat [eiser 1] en [eiser 2] onrechtig jegens hem hebben gehandeld door hem tegen zijn wil in het water te gooien, zonder te (kunnen) weten of onder water wellicht gevaarlijke obstakels aanwezig waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2500f9f25c5519cb8be7102d682fee78a0e454a66628ac91d45547c8bc90d4fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2500f9f25c5519cb8be7102d682fee78a0e454a66628ac91d45547c8bc90d4fa, en de alinea staat in dat document op bytes 8766 tot 9107.