Citaat | Hoge Raad 28 maart 2003

Alinea 41 Hoge Raad 28 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2679.

3.5 [Eiser 1] en [eiser 2] zijn tegen dit arrest in cassatie gekomen met een vier onderdelen tellend middel. Met onderdeel 1 bestrijden zij 's Hofs oordeel dat de onderhavige gebeurtenis niet in het kader van een sport- en spelsituatie heeft plaatsgevonden. Met onderdeel 2 voeren zij aan dat in de gegeven omstandigheden het verzet van [verweerder] niet erop hoefde te duiden dat hij werkelijk niet in het water wilde worden gegooid (onderdelen 2.1 en 2.2), althans dat het enkele feit dat een bepaalde gedraging tegen de wil van een deelnemer aan een sport- en spelsituatie geschiedt, die gedraging niet reeds onzorgvuldig maakt (onderdeel 2.4). Onderdeel 3 strekt ten betoge dat 's Hof oordeel dat de kans op ernstig letsel voor [verweerder] in de gegeven omstandigheden zo groot was, dat [eiser 1] en [eiser 2] zich in redelijkheid ervan hadden moeten onthouden hem in het water te gooien, onbegrijpelijk is. Onderdeel 4 ten slotte heeft geen zelfstandige betekenis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2500f9f25c5519cb8be7102d682fee78a0e454a66628ac91d45547c8bc90d4fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2500f9f25c5519cb8be7102d682fee78a0e454a66628ac91d45547c8bc90d4fa, en de alinea staat in dat document op bytes 12570 tot 13553.