Citaat | Hoge Raad 28 maart 2003

Alinea 46 Hoge Raad 28 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2679.

3.10 Onderdeel 2.4 is daarentegen gegrond. Het Hof heeft uit het feit dat de onderhavige gedraging van [eiser 1] en [eiser 2] tegen de wil van [verweerder] geschiedde, zonder meer afgeleid dat "daarmee (...) het laakbare - en derhalve jegens [verweerder] onzorgvuldige - van vorenomschreven gedraging in beginsel reeds (is) gegeven". Zoals mede volgt uit de beoordeling van onderdeel 1 is deze gedraging, die vrijwel direct volgde nadat [verweerder] zijn deelname aan de wedstrijd had beëindigd en die op zichzelf past binnen de aard daarvan, niet onrechtmatig tegenover [verweerder] op grond van het enkele feit dat zij tegen zijn kenbaar gemaakte wil geschiedde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2500f9f25c5519cb8be7102d682fee78a0e454a66628ac91d45547c8bc90d4fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2500f9f25c5519cb8be7102d682fee78a0e454a66628ac91d45547c8bc90d4fa, en de alinea staat in dat document op bytes 17554 tot 18232.