Citaat | Hoge Raad 28 maart 2003
Alinea 39 Hoge Raad 28 maart 2003
Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2680.
Voorzover het onderdeel mede de klacht bevat dat dit oordeel onbegrijpelijk is, faalt het eveneens. 's Hofs kennelijke oordeel dat [verweerder] zich door het risico van een val niet behoefde te laten weerhouden van de onderhavige snelheidsoefening is niet onbegrijpelijk gezien de in rov. 4.9 en 4.11 van 's Hofs arrest vermelde, in cassatie onbestreden, omstandigheden. Voorts kan niet worden gezegd dat 's Hofs oordeel dat het daarbij niet van belang was op welke positie in de binnenbaan [verweerder] deze oefening precies heeft uitgevoerd, onbegrijpelijk zou zijn, zulks mede gelet op de wisselende standpunten die [eiser] in deze procedure heeft ingenomen omtrent de plaats op de baan waar [verweerder] reed op het moment waarop hij ten val kwam en het belang van die verschillende posities.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f0ae718f7c3d19fd86a454008c9268f701d2b3ea6b7027ce62a32ea4ebb0239. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f0ae718f7c3d19fd86a454008c9268f701d2b3ea6b7027ce62a32ea4ebb0239, en de alinea staat in dat document op bytes 11065 tot 11874.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f0ae718f7c3d19fd86a454008c9268f701d2b3ea6b7027ce62a32ea4ebb0239 | shasum -a 256