Citaat | Hoge Raad 28 maart 2003
Alinea 42 Hoge Raad 28 maart 2003
Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2680.
De onderdelen missen feitelijke grondslag. Uit het feit dat het Hof de kern van het verwijt dat [eiser] aan [verweerder] maakt in zijn arrest heeft weergegeven (rov. 4.4), volgt niet dat het de omstandigheden die [eiser] ter toelichting daarvan naar voren heeft gebracht, niet in zijn oordeel heeft betrokken. Uit rov. 4.9 van zijn arrest, waarin de regels die door de baancommissie van het gewest Noord-Holland/Utrecht zijn gesteld, worden weergegeven voorzover daarin wordt gesteld dat de binnenbaan moet worden vrijgehouden voor hen die echt hard rijden en dat als een rijder uit de bocht vliegt, grote kans bestaat dat hij een van de vele uitrijders raakt, volgt dat het Hof mede aandacht heeft besteed aan de kwetsbare positie van die uitrijders, maar ook met inachtneming daarvan heeft geoordeeld dat [verweerder] in het onderhavige geval niet onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f0ae718f7c3d19fd86a454008c9268f701d2b3ea6b7027ce62a32ea4ebb0239. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f0ae718f7c3d19fd86a454008c9268f701d2b3ea6b7027ce62a32ea4ebb0239, en de alinea staat in dat document op bytes 12414 tot 13321.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f0ae718f7c3d19fd86a454008c9268f701d2b3ea6b7027ce62a32ea4ebb0239 | shasum -a 256