Citaat | Hoge Raad 21 maart 2003
Alinea 48 Hoge Raad 21 maart 2003
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2683.
Nu voorts ervan moet worden uitgegaan dat [verweerder] zijn hoofdverblijf in de woning had en niet gesteld of gebleken is dat één of meer van de in het derde lid onder b. en c. van art. 7A:1623i genoemde afwijzingsgronden zich voordoen, dient naar het oordeel van de Rechtbank de door [verweerder] gedane vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst te worden toegewezen (rov. 3.7).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/03e6f1ca76b9f71a32a9454bd304d422113ca0ff85508597cbd513fa664836c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 03e6f1ca76b9f71a32a9454bd304d422113ca0ff85508597cbd513fa664836c8, en de alinea staat in dat document op bytes 15464 tot 15867.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/03e6f1ca76b9f71a32a9454bd304d422113ca0ff85508597cbd513fa664836c8 | shasum -a 256