Citaat | Hoge Raad 28 maart 2003

Alinea 35 Hoge Raad 28 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 28 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2684.

3.4 Noch de vonnissen van het Gerecht en het Hof, noch de overige gedingstukken bieden derhalve uitsluitsel over de vraag of [eiser] ter zitting van het Gerecht van 5 januari 2000 aanwezig was en evenmin over de vraag of, indien hij daar niet aanwezig was, het vonnis van het Gerecht hem volgens de wet is medegedeeld. Het Hof heeft derhalve niet tot het oordeel kunnen komen dat [eiser] de in art. 264 RvNA vastgestelde beroepstermijn heeft overschreden. Het middel is dan ook terecht voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ee30da02f6edc5103e310cfdc07427f851557d7eed35db4b58297c1fdfcb159. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ee30da02f6edc5103e310cfdc07427f851557d7eed35db4b58297c1fdfcb159, en de alinea staat in dat document op bytes 8334 tot 8845.