Citaat | Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 53 Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2828.

3.5 De Gemeente c.s. hebben, gebruikmakend van hun bevoegdheid tot anticipatie, het (principaal) hoger beroep laten inschrijven op de rol van de door hen aan [eiser] c.s. bij akte van procureur tot procureur aangezegde, vroegere rechtsdag (5 augustus 1999). Teneinde de aanhangigheid van de appelprocedure en daarmee het recht op het instellen van incidenteel hoger beroep te behouden, hadden zij uiterlijk op de dag waarop verstek tegen [eiser] c.s. moest worden verleend - dat wil in dit geval zeggen: na een periode van aanhouding van veertien dagen na de aangezegde rechtsdag, waarop zij niet zijn verschenen, derhalve uiterlijk op de rolzitting van 19 augustus 1999 -, moeten verklaren dat zij incidenteel hoger beroep wensten in te stellen (vgl. HR 18 februari 1994, nr. 15378, NJ 1994, 606). De stukken van het geding laten echter geen andere conclusie toe dan dat een dergelijke verklaring niet tijdig is afgelegd. 's Hofs oordeel dat de Gemeente c.s. in hun incidenteel hoger beroep ontvankelijk zijn, berust derhalve op een onjuiste rechtsopvatting. Onderdeel 3 slaagt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9aa5648f51eef6f61c8499af27fc235843890abcd2b92bc9b1bfc3077676f36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9aa5648f51eef6f61c8499af27fc235843890abcd2b92bc9b1bfc3077676f36, en de alinea staat in dat document op bytes 15726 tot 16818.