Citaat | Hoge Raad 4 april 2003
Alinea 41 Hoge Raad 4 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2831.
3.4 Onderdeel 2, dat de Hoge Raad eerst zal behandelen, keert zich hiertegen met rechts- en motiveringsklachten. De rechtsklacht houdt in de kern in dat het Hof blijk heeft gegeven van een onjuiste opvatting omtrent het begrip merkelijke schuld in art. 294 K. door te oordelen dat het gegeven dat kort tevoren door [A] onder gelijke omstandigheden (goed afgelopen) laswerkzaamheden zijn verricht, in de weg staat aan het oordeel dat het lassen door [betrokkene 1] in de gegeven situatie op zichzelf reeds merkelijke schuld oplevert. Aldus oordelend heeft het Hof volgens het middel miskend dat niet is vereist dat de betrokken verzekerde zich bewust was van het voorzienbare, aanmerkelijke gevaar dan wel de roekeloosheid van zijn handelwijze, welke handelwijze naar objectieve maatstaven moet worden beoordeeld en dus niet naar de mate van zijn subjectieve verwijtbaarheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2df7cea278a5b223bb568204485cff93ac2ba6380a9f83447b2c061496babb8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2df7cea278a5b223bb568204485cff93ac2ba6380a9f83447b2c061496babb8c, en de alinea staat in dat document op bytes 11695 tot 12582.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2df7cea278a5b223bb568204485cff93ac2ba6380a9f83447b2c061496babb8c | shasum -a 256