Citaat | Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 43 Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2831.

3.6 Onderdeel 2 klaagt terecht dat het Hof van een onjuiste rechtsopvatting heeft blijk gegeven door in rov. 4.6 te oordelen dat het gegeven dat kort tevoren door [A] onder gelijke omstandigheden (goed afgelopen) laswerkzaamheden zijn verricht, in de weg staat aan het oordeel dat het lassen door [betrokkene 1] in de gegeven situatie op zich zelf reeds merkelijke schuld oplevert. Het Hof heeft immers door aldus te oordelen en daarbij te overwegen dat [betrokkene 1] onder deze omstandigheden geen voldoende ernstig verwijt valt te maken dat hij zich niet bewust is geweest van het gevaar van de aanwezige vatenopstelling, kennelijk aangenomen dat van merkelijke schuld in de zin van art. 294 K. geen sprake kan zijn indien de verzekerde zich niet bewust is geweest van de aanmerkelijke kans dat als gevolg van zijn gedraging schade zal ontstaan en denkt dat dit gevolg zal uitblijven. Gelet op het in 3.5 overwogene is voor het aannemen van merkelijke schuld in de zin van art. 294 K. niet vereist dat de verzekerde heeft gehandeld in het bewustzijn dat de schade het gevolg van zijn handelen kan zijn en dat hem in zoverre in subjectieve zin een verwijt treft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2df7cea278a5b223bb568204485cff93ac2ba6380a9f83447b2c061496babb8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2df7cea278a5b223bb568204485cff93ac2ba6380a9f83447b2c061496babb8c, en de alinea staat in dat document op bytes 14070 tot 15247.