Citaat | Hoge Raad 14 maart 2003
Alinea 52 Hoge Raad 14 maart 2003
Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2833.
3.4 Middel 1 keert zich met een rechtsklacht en motiveringsklachten tegen hetgeen het Hof omtrent het verzoek tot tussenkomst heeft geoordeeld. Dit oordeel kan als volgt worden weergegeven. Voor toewijzing van een verzoek tot tussenkomst moet blijken van een belang van de verzoeker ([eiseres 2]) om benadeling of verlies van een hem toekomend recht te voorkomen. In de incidentele vordering tot tussenkomst heeft [eiseres 2] gesteld rechthebbende te zijn ten aanzien van de gestelde vordering op [verweerder]. Wanneer veronderstellenderwijze ervan wordt uitgegaan, dat deze stelling juist is, wordt deze vordering (dat recht) niet bedreigd door een geding tussen [verweerder] en [eiser 1], zodat noch van benadeling, noch van verlies van een recht sprake is. Van enig belang (in voormelde zin) van [eiseres 2] is daarom niet gebleken, aldus het Hof.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/485065ef0cb4056fd04bed3c85640e45dd56e1c2af51e49762e5e770518a9ed4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 485065ef0cb4056fd04bed3c85640e45dd56e1c2af51e49762e5e770518a9ed4, en de alinea staat in dat document op bytes 12173 tot 13037.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/485065ef0cb4056fd04bed3c85640e45dd56e1c2af51e49762e5e770518a9ed4 | shasum -a 256