Citaat | Hoge Raad 14 maart 2003

Alinea 53 Hoge Raad 14 maart 2003

Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2833.

Nu het Hof blijkens het vorenstaande bij beantwoording van de vraag of tussenkomst dient te worden toegestaan, die juiste maatstaf heeft aangelegd, faalt de rechtsklacht. In overeenstemming met deze maatstaf moet in de regel worden aangenomen dat het in art. 285 (oud) Rv. (217 Rv.) genoemde belang ook aanwezig is wanneer degene, die volgens de tussenkomst vorderende partij zijn schuldenaar is, door een derde wordt aangesproken tot voldoening van de desbetreffende vordering. Niet valt in te zien, waarom in een zodanig geval een afzonderlijke procedure, die veelal tot vertraging aanleiding zal geven en gevaar voor tegenstrijdige beslissingen kan opleveren, noodzakelijk zou zijn. Nu het Hof geen bijzondere omstandigheden heeft vastgesteld, die tot afwijking van genoemde regel nopen, is zijn oordeel dat [eiseres 2] geen belang heeft om in dit geding tussen te komen, zonder nadere motivering welke ontbreekt, niet begrijpelijk. In zoverre slagen de motiveringsklachten derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/485065ef0cb4056fd04bed3c85640e45dd56e1c2af51e49762e5e770518a9ed4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 485065ef0cb4056fd04bed3c85640e45dd56e1c2af51e49762e5e770518a9ed4, en de alinea staat in dat document op bytes 13045 tot 14044.