Citaat | Hoge Raad 21 maart 2003
Alinea 53 Hoge Raad 21 maart 2003
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2835.
3.3 In hoger beroep heeft het Hof, voor zover in cassatie van belang, de grieven die gericht waren tegen het oordeel van de Rechtbank dat de ƒ 51.060,-- bedragende kosten van het opsporingsonderzoek op grond van art. 6:96 lid 2, onder b, BW toewijsbaar zijn, gegrond bevonden. Hetgeen het Hof daartoe heeft overwogen kan, voor zover thans van belang, als volgt worden samengevat. SFB treedt in deze procedure niet op pro se maar als vertegenwoordiger van Lisv en de andere oorspronkelijke eisers. Aan het enkele feit dat SFB geen overheidsorgaan is, kan derhalve - anders dan de Rechtbank heeft gedaan - geen doorslaggevende betekenis worden toegekend voor het antwoord op de vraag of genoemde kosten al dan niet toewijsbaar zijn (rov. 4.2.2). Bij het door SFB uitgevoerde opsporingsonderzoek gaat het om een publiekrechtelijke taak, strekkende tot bestrijding van fraude en misbruik op het gebied van de sociale zekerheid. Dit onderzoek heeft het opsporen van met strafrechtelijke of administratieve sancties bedreigde feiten ten doel en niet specifiek de vaststelling van schade en aansprakelijkheid, zodat de daarmee gemoeide kosten niet kunnen worden aangemerkt als kosten in de zin van art. 96 lid 2, onder b, BW. Zij vormen geen schade die het gevolg is van het onrechtmatig handelen van [verweerder] (rov. 4.2.3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5cf5aa95ecb499930dbad1161f9da55022b6cac8bdd8ab0efa0be757c0d74c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5cf5aa95ecb499930dbad1161f9da55022b6cac8bdd8ab0efa0be757c0d74c9, en de alinea staat in dat document op bytes 12117 tot 13451.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d5cf5aa95ecb499930dbad1161f9da55022b6cac8bdd8ab0efa0be757c0d74c9 | shasum -a 256