Citaat | Hoge Raad 11 april 2003
Alinea 49 Hoge Raad 11 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2841.
3.1Mondi betoogt dat Hoda niet-ontvankelijk is in haar beroep omdat zij heeft berust in het bestreden arrest. Mondi voert daartoe aan dat haar raadsman op 2 juli 2001 een brief per fax aan Hoda heeft gestuurd waarin wordt opgegeven hetgeen Mondi - mede in aanmerking genomen 's Hofs thans bestreden beslissing - per saldo aan Hoda verschuldigd is, en waarin onder meer de volgende passage is opgenomen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c62a40aca8b2273df177b6847a09a122c9a05e84e6702cd870ee88ef1690bd6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c62a40aca8b2273df177b6847a09a122c9a05e84e6702cd870ee88ef1690bd6a, en de alinea staat in dat document op bytes 10485 tot 10900.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c62a40aca8b2273df177b6847a09a122c9a05e84e6702cd870ee88ef1690bd6a | shasum -a 256