Citaat | Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 44 Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2843.

3.3.4 In rov. 4.2 heeft het Hof geoordeeld dat aannemelijk is geworden dat zowel [eiser] als [verweerder] ten tijde van de koop - ten onrechte - meende dat de boot slechts enige jaren vóór 1987 was gebouwd en in dat jaar aanmerkelijk was verbouwd door [A] en dat daaruit niet zonder meer volgt dat er sprake is van dwaling, ook al zou de boot inderdaad vele jaren eerder zijn gebouwd. Dat is, aldus het Hof, immers eerst het geval wanneer [eiser] ook bij een juiste voorstelling van zaken de boot niet zou hebben gekocht. Van [eiser] mocht daaromtrent een toelichting worden verwacht, waarbij hij met name aandacht diende te besteden aan de bijlbrief van [A]. Nu hij die toelichting niet althans onvoldoende heeft gegeven, faalt, volgens het oordeel van het Hof, zijn beroep op dwaling. Door aldus te oordelen is het Hof ofwel uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting ofwel heeft het zijn oordeel onvoldoende gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10ad80091e01d6b20c7ae835c43245d7ae0df9e508452a01a53a10ca68a61006. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10ad80091e01d6b20c7ae835c43245d7ae0df9e508452a01a53a10ca68a61006, en de alinea staat in dat document op bytes 12226 tot 13164.