Citaat | Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 49 Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2843.

3.3.6 In rov. 5 heeft het Hof geoordeeld dat aan het in algemene bewoordingen gestelde bewijsaanbod van [eiser] moet worden voorbijgegaan, "reeds omdat hij geen bewijs door getuigen aanbiedt." De daartegen gerichte klacht van onderdeel 11 treft doel: wanneer een partij in algemene bewoordingen aanbiedt haar stellingen te bewijzen maar daarbij niet uitdrukkelijk vermeldt dat zij ook getuigenbewijs aanbiedt, rechtvaardigt zulks niet zonder meer de conclusie dat die partij geen getuigenbewijs aanbiedt (HR 6 april 2001, nr. C99/189, NJ 2002, 385).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/10ad80091e01d6b20c7ae835c43245d7ae0df9e508452a01a53a10ca68a61006. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 10ad80091e01d6b20c7ae835c43245d7ae0df9e508452a01a53a10ca68a61006, en de alinea staat in dat document op bytes 15243 tot 15805.