Citaat | Hoge Raad 4 april 2003
Alinea 46 Hoge Raad 4 april 2003
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2844.
3.6 Onderdeel 4 keert zich tegen het oordeel van de Rechtbank dat een in het kader van een concurrentiebeding opgenomen boeteregeling niet behoeft te voldoen aan de voorwaarde dat de bestemming van de boete is vermeld. Het onderdeel faalt. De Rechtbank heeft met juistheid overwogen dat onder het voorheen geldende recht de heersende leer was dat art. 7A:1637u lid 3 (oud) BW, waarin het vereiste was neergelegd dat het boetebeding de bestemming der boeten vermeldt, niet van toepassing is op het concurrentiebeding van art. 7A:1637x (oud), en dat uit de wetsgeschiedenis van de huidige artikelen 7:650 en 7:653 niet blijkt dat beoogd is in dit opzicht een materiële wijziging aan te brengen. De slotsom is, aldus de Rechtbank, dat er geen grond is de voorheen heersende leer met betrekking tot de verhouding tussen het boetebeding en het concurrentiebeding niet langer als geldend te aanvaarden. De Hoge Raad verenigt zich met dit oordeel. Zoals blijkt uit de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 2.19 strookt dit ook met het standpunt van de meerderheid van de literatuur omtrent art. 7:650 en 7:653.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2abb24568062ae0c722d78175ee661b24abb16fac0586fe0a7808f24bfc96d74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2abb24568062ae0c722d78175ee661b24abb16fac0586fe0a7808f24bfc96d74, en de alinea staat in dat document op bytes 14010 tot 15130.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2abb24568062ae0c722d78175ee661b24abb16fac0586fe0a7808f24bfc96d74 | shasum -a 256