Citaat | Hoge Raad 2 mei 2003

Alinea 46 Hoge Raad 2 mei 2003

Een alinea uit Hoge Raad 2 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2848.

3.6.5 De hiervoor uiteengezette bezwaren tegen het aanvaarden van de geldigheid van een beding als het onderhavige zijn van dien aard dat zij zich ook verzetten tegen het maken van een uitzondering voor gevallen waarin een herziening in overwegende mate een particulier belang dient en het op zichzelf redelijk zou kunnen zijn dat de planschadevergoeding uiteindelijk - geheel of ten dele - voor rekening van die particulier(en) komt of voor gevallen waarin partijen tevoren het verhaalsbedrag tot een maximum beperken, onder meer omdat elke wettelijke maatstaf ontbreekt ter bepaling van het deel van de planschadevergoeding dat door middel van de overeenkomst ten laste van de particulier zou mogen worden gebracht. Alleen een wettelijke regeling, waarbij de nodige grenzen zouden kunnen worden gesteld, zou in die bezwaren kunnen voorzien. Blijkens de ook door het Hof vermelde Nota Grondbeleid van 2001 (Kamerstukken II 2000/01, 27 581, nr.2) bestaan plannen voor een zodanige regeling, maar een ontwerp daarvoor is (nog) niet ingediend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c0ee8afcf4ff72b9db106076b4195bda991229a164a10e1bbc761f687b15259. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c0ee8afcf4ff72b9db106076b4195bda991229a164a10e1bbc761f687b15259, en de alinea staat in dat document op bytes 21017 tot 22071.