Citaat | Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 61 Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2969.

3.7 De onderdelen Id en Ie lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Daarmee wordt achtereenvolgens betoogd dat 's Hofs oordeel, dat "op geen enkele wijze is gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt dat er enig oorzakelijk verband bestaat tussen de geclaimde schade en het minder frequent surveilleren" onbegrijpelijk is en bovendien rechtens onjuist omdat het Hof niet kenbaar heeft gerespondeerd op het door de verzekeraars gedane beroep op de omkeringsregel ten betoge dat, tot op door Fino te leveren tegenbewijs, het rechtens vereiste causale verband tussen haar voormelde tekortkomingen en de als gevolg van de diefstal geleden schade, als vaststaand moet worden aangenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d26f38e5c86986b81a5ec20a1d518f94452d3d613a2551cdb76e4573550a5ded. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d26f38e5c86986b81a5ec20a1d518f94452d3d613a2551cdb76e4573550a5ded, en de alinea staat in dat document op bytes 20284 tot 20976.