Citaat | Hoge Raad 25 februari 2003

Alinea 17 Hoge Raad 25 februari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 25 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3097.

3.2.1. Bij de stukken van het geding bevindt zich een brief van mr. R.G.E. de Vries, advocaat te Gouda, van 30 maart 1998 aan de strafgriffie van het Hof, welke blijkens de daarop geplaatste stempel aldaar op 31 maart 1998 is ingekomen. Deze brief, onder meer inhoudende dat mr. De Vries de Raad voor de Rechtsbijstand zal verzoeken hem als raadsman aan de verdachte toe te voegen om hem ter terechtzitting in hoger beroep ter zijde te staan, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een schriftelijke mededeling van mr. De Vries dat hij de verdachte bij de behandeling van de strafzaak in hoger beroep als raadsman zal bijstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a14adba9dc35f2eeb8005cf9f28de1ead5debb1b559f8b39958010bf01f9a064. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a14adba9dc35f2eeb8005cf9f28de1ead5debb1b559f8b39958010bf01f9a064, en de alinea staat in dat document op bytes 6285 tot 6933.