Citaat | Hoge Raad 1 april 2003

Alinea 25 Hoge Raad 1 april 2003

Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3121.

3.3. Anders dan in het tweede middel wordt gesteld, heeft het Hof uit de gebezigde bewijsmiddelen, met name uit de bewijsmiddelen 5 en 6 kunnen afleiden dat het slib een verontreinigende en schadelijke stof was. Voorzover het middel in dit verband een beroep doet op door het waterschap verricht onderzoek, miskent het dat het is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt om, binnen de door de wet getrokken grenzen, van het beschikbare materiaal datgene tot het bewijs te bezigen wat deze uit een oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt. Daarbij mag de rechter datgene terzijde stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht. Deze beslissing behoeft, behoudens bijzondere gevallen waarvan niet is gebleken, geen motivering en kan in cassatie niet met vrucht worden bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d51db4851a84d5992fef91c1121ff3ecfeeee69e0bd16f80106ea73f87181dfb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d51db4851a84d5992fef91c1121ff3ecfeeee69e0bd16f80106ea73f87181dfb, en de alinea staat in dat document op bytes 9745 tot 10568.