Citaat | Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 37 Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3254.
3.3.1 Nu, zoals hiervóór overwogen, de door Game op aangifte voldane bedragen aan omzetbelasting wegens het niet tijdig gebruik maken van de daartegen openstaande bestuursrechtelijke rechtsgang wat de heffing betreft onherroepelijk vaststaan, kan de Staat in beginsel een beroep doen op de in de rechtspraak (onder meer HR 16 oktober 1992, nr. 14724, NJ 1993, 638) ontwikkelde regel dat de burgerlijke rechter in een dergelijk geval ervan dient uit te gaan dat de heffing zowel wat haar wijze van tot stand komen als wat haar inhoud betreft in overeenstemming is met de desbetreffende wettelijke voorschriften en algemene rechtsbeginselen. De aan dit beginsel verbonden bezwaren kunnen evenwel door bijkomende omstandigheden zo klemmend worden dat hierop, gezien de bijzonderheden van het gegeven geval, een uitzondering moet worden gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cce5bf22789cac58cf845b69c7a84f4e4a02d43b625425caca98528affc89ad1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cce5bf22789cac58cf845b69c7a84f4e4a02d43b625425caca98528affc89ad1, en de alinea staat in dat document op bytes 11604 tot 12461.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cce5bf22789cac58cf845b69c7a84f4e4a02d43b625425caca98528affc89ad1 | shasum -a 256