Citaat | Hoge Raad 24 januari 2003

Alinea 47 Hoge Raad 24 januari 2003

Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3254.

3.4.3 Onderdeel 2 strekt kennelijk ten betoge dat zich hier wel een grond voor het maken van een uitzondering als zojuist bedoeld voordoet. Het onderdeel voert daartoe aan dat de belastingplichtige aan een resolutie als de onderhavige het vertrouwen mag ontlenen dat de heffing van belasting strookt met de terzake geldende (hogere) rechtsregel(s). Het onderdeel faalt. De omstandigheid dat aan de overheid is toe te rekenen dat de belastingplichtige niet tijdig gebruik heeft gemaakt van zijn recht van beroep op de belastingrechter, kan grond zijn voor het aannemen van een uitzondering als zo-even bedoeld (HR 14 mei 1993, nr. 8080, NJ 1993, 641). Daarvan is echter geen sprake in het zich hier voordoende geval dat de belastingdienst op grond van een achteraf onjuist gebleken uitleg van het bepaalde in de Zesde Richtlijn meer belasting heft dan bij een juiste uitleg van die richtlijn het geval zou zijn. Naar het Hof met zijn hiervóór in 3.4.1 samengevatte overwegingen met juistheid tot uitdrukking heeft gebracht, staat het de belastingplichtige in een dergelijk geval vrij gebruik te maken van de openstaande mogelijkheid van bezwaar en beroep tegen de heffing en mag van hem worden verwacht dat hij, teneinde te voorkomen dat de omstreden heffing onherroepelijk wordt en formele rechtskracht verkrijgt, daarvan ook inderdaad gebruik maakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cce5bf22789cac58cf845b69c7a84f4e4a02d43b625425caca98528affc89ad1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cce5bf22789cac58cf845b69c7a84f4e4a02d43b625425caca98528affc89ad1, en de alinea staat in dat document op bytes 17137 tot 18503.