Citaat | Hoge Raad 24 januari 2003
Alinea 50 Hoge Raad 24 januari 2003
Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3254.
3.5.1 Onderdeel 4 keert zich tegen de rov. 10 tot en met 12 van het bestreden arrest, waarin het Hof, kort gezegd, heeft geoordeeld dat in dit geval geen grond bestaat voor toepassing van de in het kader van de rechtspraak aanvaarde uitzondering op het beginsel van de formele rechtskracht in een geval waarin de burger zich op het standpunt stelt dat van onrechtmatigheid van de onherroepelijke beschikking (of heffing) sprake is en de burger uit de verklaringen en gedragingen van het overheidslichaam begrijpt en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mag begrijpen dat het overheidslichaam die onrechtmatigheid erkent (zodat op dit punt geen geschil bestaat, dat voor beslissing door een bestuursrechter in aanmerking komt; vgl. HR 18 juni 1993, nr. 15041, NJ 1993, 642). Het onderdeel voert aan dat het Hof heeft miskend dat de intrekking bij het besluit van 1994 van de resolutie van 1988 en de uitvaardiging van een nieuwe regeling een erkenning inhoudt dat de resolutie in strijd met een hogere rechtsregel was en dat op die resolutie gebaseerde heffingen onjuist en mitsdien onrechtmatig waren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cce5bf22789cac58cf845b69c7a84f4e4a02d43b625425caca98528affc89ad1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cce5bf22789cac58cf845b69c7a84f4e4a02d43b625425caca98528affc89ad1, en de alinea staat in dat document op bytes 19926 tot 21047.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cce5bf22789cac58cf845b69c7a84f4e4a02d43b625425caca98528affc89ad1 | shasum -a 256